
Geupload op: 05-09-2026
Door: Klaas en Gonda Hofsté
Op één van onze reizen naar Griekenland kregen we als aperitief een glaasje Masticha geserveerd. Een heerlijk en bijzonder drankje. De ober vertelde dat de oorsprong op het eiland Chios ligt. Het bijzondere verhaal van de Masticha-bomen die nergens anders ter wereld de befaamde “Masticha tranen” produceren hebben mede bijgedragen aan de nieuwsgierigheid naar Chios.

Chios staat bekend als een rustig eiland dat niet afhankelijk is van toerisme. Dat komt dan weer goed uit want we houden ervan om vakantie te houden tussen de Grieken. Met een overstap in Athene vervolgen we onze vlucht met een klein toestel van Olympic Air naar Chios. “Op de Griekse manier” komen we volgens de taxichauffeur aan op Chios. Een kleinschalig vliegveld waar je je terug in de tijd waant. De ontvangsthal bestaat meer uit een soort van een container met één bagageband. (Men is wel al bezig om het vliegveld te vergroten.)

Onze bestemming is Karfas. Langs het zwembad loop je van onze accommodatie binnendoor in vijf minuten naar een heerlijk zandstrand. Er zijn een paar eetgelegenheden in Karfas, waarbij Karatzas zeker een aanrader is. Karfas is niet heel groot maar ligt wel mooi centraal op het eiland en 7 km ten zuiden van Chios-stad. Handig om te weten is dat je vanuit Karfas heel goed met de bus naar Chios-stad kunt. Vergeet in Chios-stad vooral niet om naar bakker Perris op de hoek van de haven te gaan, zij hebben daar overheerlijke verse zoete broodjes en andere lekkernijen. En bezoek uiteraard de fotogenieke windmolens.

Wij huren twee dagen een scooter en rijden hiermee door het heuvelachtige zuiden. We bezoeken prachtige traditionele dorpen zoals Mesta en Pygri en bezoeken ook het Mastiek museum. We maken een korte stop bij het strand van Mavra Volia vanwege de bijzondere aanwezigheid van de alleen maar zwarte kiezels. Onze voorkeur gaat uit naar een zandstrand, daarom kiezen wij voor een duik in de zee bij Komi beach.
Dag twee met de scooter gaat naar Kambos. Dit is een heel bijzonder dorp op het eiland met prachtig ommuurde tuinen met even prachtige herenhuizen waar je soms net iets meer dan een glimp van kan opvangen. Er schijnen meerdere families op het eiland te wonen die de eigenaren zijn van vrachtschepen. Zij zouden voornamelijk in dit gedeelte wonen.
Wat een heerlijke citrusgeur hangt hier in de lucht, niet zo heel gek dat hier het Citrus museum Perivoli te vinden is. Het is gevestigd in een uniek Kambos herenhuis uit het jaar 1742, er is een gezellige ommuurde tuin en ze schenken er zelfgemaakte limonade. In het museum zijn de wikkels (waar de sinaasappels vroeger afzonderlijk in verpakt werden), de sjablonen van de kisten voor de verscheping en de productieprocessen van de verschillende citrusvruchten te zien. De dag sluiten we af op het strand van Agia Ermoni met luxe dikke kussens op de ligbedden. Omkleden kan bij de taverne binnen (even vragen). Wat zo fijn is op Chios: je kunt de strandbedjes met parasol gebruiken zolang je maar wat te drinken en/of eten bestelt.

Het noorden is het best te doen met de auto. Wij huren meestal een kleine auto, als je dan een keertje verkeerd rijdt in een typisch Grieks dorpje of weggetje kun je namelijk makkelijk keren. Een mooie rit is naar het Byzantijns klooster Neo Moni, dit staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Van hieruit gaan we naar de verlaten stad Anavatos, gelegen hoog op de top van een klif. Het is zeker de moeite waard om door het dorp te wandelen, fijn om te weten dat er een taverne is bij binnenkomst van het dorp. Het Vollissos kasteel viel ons wat tegen, maar we hebben daar wel hele mooie vlinders gezien. Op Google Maps zien we dat Prastia beach op de route zou liggen. De weg was soms een uitdaging, maar het resultaat was een zandstrand helemaal voor ons tweeën, wat een luxe! Als afsluiter van de dag gaan we lekker eten in Agia Ermoni met havenzicht bij “To Bachari”, wat zeker een aanrader is.

De warmwaterbron in het uiterste noorden van het eiland is het doel van deze dag met uiteraard weer alles wat we “spontaan” tegenkomen. Na een tussenstop voor een verkoelend drankje op een terrasje tegenover de blauwe kerk in Piramas, vervolgen we de route en komen bij Agia Galas. De parkeerplaats is een uitdaging want de hobbelige weg ernaartoe loopt stijl naar beneden. Maar het is de moeite waard om er even naartoe te gaan. Er is een grot met kerk, welke helaas niet geopend is op onze bezoekdag.
Een bijzondere legende gaat over een koning met zijn dochter. De dochter was verbannen naar deze grot omdat ze lepra had, uiteindelijk is ze genezen van het water dat in de grot sijpelde. (Het hele verhaal is te lezen op Grieksegids.nl)
Het dorp Keramos was in het verleden economisch niet afhankelijk van de landbouw. Het dorp had namelijk minerale bronnen en de antimoonmijn. De vervallen woningen en de overblijfselen (schachten, galerijen en oppervlaktewerkplaatsen) van deze mijnen uit die tijd zijn hier te zien. Aangekomen in Agiasmata, de plaats van de warmwaterbron, is het even zoeken. Gelukkig zien we wat mensen en kunnen we het vragen. Bij het witte gebouw is de bron te vinden. Er is een metalen deksel in het betondek, waaronder zich de bron bevindt. Een klein stukje verder zien we een buis waardoor het hete water over de keien de zee instroomt. Eigenlijk een dikke tegenvaller.
Wie ooit eens op Kos is geweest, weet dat daar de bron de zee instroomt en waar je je even kan dompelen in het warme water met de “helende en genezende werking”. Verder op pad dan maar, de volgende stop is een terras in het bergdorpje Fita. Ze serveren er een heerlijk zelfgemaakte lemon limonade. Wat een gezelligheid, er is familiebezoek van geëmigreerde zussen. En hoe leuk dat je dan met de eigenaar en zijn familie aan de praat raakt.
Terug naar Karfas want de dag zit er alweer op en wat een cadeau als je onderweg een geitenhoeder tegenkomt met zoveel geiten dat de weg totaal versperd is. Wat fantastisch om dat mee te maken, gekscherend zeggen we, dat is nog eens een leuke manier om in de file te staan.
